De googlecommissie heeft een wetenschappelijk artikel gevonden over hondengedrag (ethologie met een duur woord) van gedomesticeerde honden. Dit artikel dateert al van 1997, maar heeft nog niets aan actualiteit ingeboet.
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat het domesticeren van de hond in een ver verleden, waarschijnlijk zo eenvoudig is gegaan omdat een hond graag als sociale eenheid wil optreden met een mens. Dat geldt niet voor alle dieren. Vergelijk bijvoorbeeld paarden, die als veulen altijd weer in meer of mindere mate getemd moeten worden. Voor honden geldt dat niet. De veronderstelling is dat honden waarschijnlijk genetisch geprogrammeerd zijn om te interacteren met mensen. Wel zijn er verschillen tussen verschillende rassen in de mate waarin een hond genetisch ingesteld is op samenwerking met mensen. Maar over het algemeen vormen honden zeer gemakkelijk een band met mensen. Dat zal, volgens de onderzoekers, ook wel te maken hebben met individuele ervaringen die honden hebben met mensen en dat doorgeven aan hun nakomelingen.
Wat de onderzoekers bijvoorbeeld onderzocht hebben is de mate en de manier waarop honden mensen uitdagen om te gaan spelen. Wanneer dit spelen van de hond uitgaat, dan concluderen de onderzoekers dat de hond dus de aanzet geeft tot bandvorming en samenwerking. Zij hebben niet veel verschillen kunnen constateren tussen verschillende rassen, of tussen de sexen en de leeftijd. Wel hebben zij aangetoond dat honden die van 'baas' veranderen, vaker uitdagen tot spelen. Hun conclusie is dat de hond dus moeite doet om een band te vormen.
Verder hebben de onderzoekers onderscheid gemaakt tussen honden waarmee 'gewerkt wordt' en honden die als 'huisdier' worden gehouden. En dan blijkt dat naarmate het 'huisdier' meer als onderdeel van de familie wordt beschouwd, de hond meer sociaal gewenst en sociaal afhankelijk gedrag vertoond. Deze honden zijn en doen en denken minder zelfstandig. Zij zijn dus meer afwachtend en afhankelijk in gedrag van wat de baas wil en goedvindt. Honden waarmee gewerkt wordt zijn meer afstandelijk en meer onafhankelijk in gedrag. Het gedrag van de baas is in het 'huisdier' geval dus van grote invloed op het gedrag van de hond.
Die laatste conclusie kan dus een insteek zijn waarom mensen met 'huisdieren' minder van hun hond verwachten in zelf doen en zelf denken. Honden die mogen en kunnen werken, of die zelfstandig mogen denken en doen (en probeer een Engelse Cocker daarin maar eens tegen te houden!) lijken slimmer en durven meer. Maar de bepalende factor daarbij is de mens, en niet de hond. Elke hond is slim en kan zelfstandig denken en doen, maar 'huisdier' mensen durven zelf minder.
Op dit blog communiceert de commissie google van de CockerSpanielClub wetenswaardigheden m.b.t. honden in het algemeen en de gezondheid van Engelse Cockers in het bijzonder.
zondag 6 november 2011
maandag 31 oktober 2011
Rashond en rasstandaard
Om een rashond te fokken is er een rasstandaard. Die is er niet voor niks. Ooit zijn er mensen begonnen om een hond met een doel en een reden in elkaar te knutselen. In het geval van onze Engelse Cockers is het de bedoeling om een alert, klein en snel hondje te fokken, dat anatomisch goed in elkaar steekt, over uithoudingsvermogen beschikt en niet bang is om in dichte dekking wild op te stoten.
Hondjes die aan de uiterlijk kenmerken voldoen van de rasstandaard, zullen dan vaak ook het karakter hebben dat bij zijn oorspronkelijke werk hoort. Attent, vrolijk, will to please, werklust, actief en met goede botten en spieren. Uiterlijk en innerlijk hangen samen met het doel waarvoor de Cocker door de eerste liefhebbers is geselecteerd. En veel huidige liefhebbers, zelfs en vaak mensen die er helemaal niet meer mee jagen, houden nog altijd veel van dit type hondjes. Daarom moeten we altijd zo lachen met die ondeugden en staan we ons weleens te verbijten als ze ‘nog even een bosje moeten doen’ voordat we naar huis gaan.
Om de rasstandaard zoveel mogelijk te behouden, worden bij voorkeur honden in de fokkerij gebruikt die dicht bij de rasstandaard liggen. Vaak zullen dat de showhonden zijn met een U of een ZG. Omdat er mensen zijn die shows lopen niet zo leuk vinden, biedt de CockerSpanielClub de mogelijkheid om honden aan te keuren. Dan wordt gekeken of ze fokwaardig zijn; dat wil zeggen tenminste met een ZG binnen de rasstandaard vallen.
In sommige rassen is het rasbeeld als gevolg van hypes en trends zo veranderd, dat er eigenlijk nog maar weinig honden zijn die aan het oorspronkelijke rasbeeld voldoen. Bij zulke rassen, zoals de Engelse Bulldog, zullen misschien de G honden wel beter bij het oorspronkelijke rasbeeld passen dan degene die nu de prijzen op shows ophalen. Daar is het een beetje de omgekeerde wereld geworden.
Bij onze Cockers is dat gelukkig nog lang niet het geval. We hebben nog vele lijnen beschikbaar waar het oorspronkelijke rasbeeld goed gefundeerd is. En wanneer bij het maken van combinaties goed gelet wordt op de gezondheidsuitslagen van beide fokdieren, dan is er geen enkele reden om met een G hond te fokken.
Bij sommige rassen zijn er nog zo weinig (gezonde) honden dat inderdaad met G honden gefokt moet worden om de aandoeningen uit het ras te krijgen. Of een ras dreigt uit te sterven en dan moeten de fokkers van dat ras hun toevlucht zoeken tot fokken met G honden. Maar ook hiervan is in ons ras geen sprake. Er zijn nog meer dan genoeg zeer goede en gezonde Cockers, die ingezet kunnen worden voor de fok. We zijn in de luxueuze omstandigheden dat we nog een keuze kunnen maken voor combinaties met zeer goede en gezonde honden.
Fokkers die vinden dat er met G honden gefokt moet kunnen worden, en op vele fronten (zoals de kleuren van de vacht, de ogen en de neus enzovoorts) lak hebben aan de rasstandaard zijn naar de mening van de CockerSpanielClub niet het belang van het ras aan het nastreven, noch het in stand houden daarvan. De rasstandaard is onlosmakelijk onderdeel van een rashond. Die is ooit opgesteld om een rashond te definiƫren en een ras te ontwikkelen. Het loslaten van de rasstandaard, op welk vlak ook; uiterlijk, gezondheid of karakter, draagt niets bij aan het verbeteren of in stand houden van een ras.
zaterdag 29 oktober 2011
moeilijke zaken over erfelijkheid 1
We zijn geneigd om met betrekking tot erfelijkheid nog aldoor te denken in de wetten van Mendel. Zie onderstaand voorbeeld.
Helaas wijzen nieuwe wetenschappelijke onderzoeken uit dat de meeste aandoeningen en afwijkingen juist niet Mendeliaans vererven. En met die constatering wordt erfelijkheid en fokken eigenlijk alleen maar ingewikkelder. Steeds vaker zullen we gaan zien dat niet de honden, maar de mensen het probleem worden bij fokken. Mensen moeten namelijk begrijpen waar ze mee bezig zijn, en als wetenschappers het al niet helemaal doorgronden, wat wordt er dan in hemelsnaam van 'gewone' mensen verwacht?
Op dit weblog gaat de googlecommissie proberen hele ingewikkelde kennis begrijpelijk over te brengen. We doen dat beetje bij beetje. Vandaar ook dat er een 1 in de titel staat.
Er is bijvoorbeeld nog een manier van vererven, die ook in de hondenfokkerij van belang is. Wetenschappers noemen dat de epigenetische vererving. Eva Jablonka (zelf verder googlen) legt het epigenetische verervingssysteem als volgt uit. In een gespecialiseerd organisme met vele functies, zoals honden, treedt een verdeling op in het 'werken' van een cel. Levercellen doen levercel dingen. Bloedcellen doen bloedcel dingen. En als een levercel deelt, dan zijn de beide dochters ook levercellen, terwijl ze allemaal hetzelfde DNA in zich dragen. Een levercel kan dus in potentie een bloedcel worden, maar doet dat niet. De informatie die in de levercel zit en wordt doorgegeven aan de dochter levercellen noemen we epigenetische verervingssystemen.
Eva Jablonka zegt dat elke cel gekenmerkt wordt door een genpatroon. En dat genpatroon maakt dat de levercel een levercel is en blijft en dat ook doorgeeft aan de dochtercellen. Dit genpatroon is erfelijk. Dat betekent dat bij de geboorte van een pup, niet alleen de goede genen moeten worden doorgegeven, maar ook de bijbehorende genpatronen. Als de verkeerde genpatronen doorgegeven worden dan kunnen er fouten in het 'bauplan' ontstaan. Zulke fouten kunnen zijn dat er geen lever wordt ontwikkeld. Of dat er binnen de lever sprake is van verschillende cellen die er eigenlijk niet horen.
Genpatronen ontstaan doordat de samenwerkende genen elkaar op het juiste moment 'aan' en 'uit' zetten. Als het 'aan' en 'uit' zetten niet op de juiste momenten gebeurt, komt er zand in de machine en kan een pup zich niet goed ontwikkelen in de embryonale fase of in zijn opgroeien. We weten inmiddels wel dat er genpatronen bestaan, maar hoe ze precies werken is nog onduidelijk. En waarom en wanneer het fout gaat wordt nog nader onderzocht.
Niemand heeft beloofd dat het gemakkelijk zou zijn.:-)
vrijdag 28 oktober 2011
masker in de Engelse Cocker Spaniel
Velen van ons zijn nog onbekend met het feit dat er in ons ras ook sprake is van een masker. De googleommissie is er nog niet uit of we dat altijd gehad hebben, of dat het er de laatste jaren ingefokt is. Feit is wel dat bewust of onbewust selecteren en fokken op het masker de hond een andere uitstraling geeft.
Wat is een masker?
Een masker kennen we van bijvoorbeeld de mopshond of de Tervurense Herder. Dat zijn gele honden met een zwart masker in het gezicht. Een masker is niet hetzelfde als een tanpatroon. Bij tanpatronen, zoals de Rottweiler, of de Dobermanpincher of onze eigen Cockers, zijn er rode valkken boven de ogen, langs de oren en de lippen, op de poten en de voorborst en rond de anus.
Het masker bij de Engelse Cocker
Vanuit de genetica vererft het masker via een ander gen dan het tanpatroon. Om het verervingspatroon van de vacht te kunnen vaststellen wordt voor het masker gekeken naar de E-locus. Met vermelding van de website van http://www.vetgen.com/
Wat we nu, door de kleurtjes hype in ons ras dus als (ongewenst) neveneffect zien is dat er maskers worden ingefokt in afwijkende kleuren. In veel gevallen worden honden verkocht als 'tan' maar in feite is er sprake van een masker. Wanneer deze honden genetisch getest worden, zullen zij waarschijnlijk Eh te zien geven. Fokkers en pupkopers moeten dus goed kijken naar het verschil tussen een masker en de tanfactor. Hier een voorbeeld van een zogenaamde tan hond, maar in feite een hond met een omgekeerd masker.
Hieronder 'echte black and tans'.
De googlecommissie heeft nog geen verdere informatie over de gevolgen van het infokken van een masker bij Engelse Cockers. Vast staat wel dat onze rasstandaard er niets over zegt. En voor wat betreft de 'neveneffecten' op het gebied van gezondheid en welzijn is ook nog niets bekend.
Waar 'we' over na moeten denken is of we dit willen? Maskers in Engelse Cockers. Maskers geven wel een andere uitstraling dan zachtaardig en opgewekt. Ook al kunnen deze masker honden dat natuurlijk van aard wel zijn.
U wordt op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.
Wat is een masker?
Een masker kennen we van bijvoorbeeld de mopshond of de Tervurense Herder. Dat zijn gele honden met een zwart masker in het gezicht. Een masker is niet hetzelfde als een tanpatroon. Bij tanpatronen, zoals de Rottweiler, of de Dobermanpincher of onze eigen Cockers, zijn er rode valkken boven de ogen, langs de oren en de lippen, op de poten en de voorborst en rond de anus.
Het masker bij de Engelse Cocker
Vanuit de genetica vererft het masker via een ander gen dan het tanpatroon. Om het verervingspatroon van de vacht te kunnen vaststellen wordt voor het masker gekeken naar de E-locus. Met vermelding van de website van http://www.vetgen.com/
Het gen op het e-locus kent van oudsher drie varianten. E, Em en e. Honden met twee keer ee zijn allemaal geel (effen van kleur) en hebben geen masker. Twee onafhankelijke onderzoeken hebben nu aangetoond dat er (inmiddels) twee nieuwe varianten van het E-gen vastgesteld zijn. Het betreft Eg dat gevonden is in Saluki's en verantwoordelijk is voor het omgekeerde masker. Met omgekeerd masker bedoelen de onderzoekers dat de hond donker of gevarieerd van vachtkleur is, maar een licht masker heeft. Dan is de hond bijvoorbeeld zwart met een geel masker. Zie hier een Saluki voorbeeld. Wat opvalt is dat het masker ook veel groter en uitgebreider is dan het tanpatroon. De vlakken zijn veel geprononceerder.
Het twee nieuwe E-gen betreft onze Cockers. Onderzoekers noemen het gen Eh. En dit gen is vooral aangetroffen in de Sable Cockers, of wel de 'dirty' red Cockers. Onderzoekers zijn nu aan het kijken of er in andere rassen nog andere E-genen zijn. Voorbeeld van een masker bij Engelse Cockers. Ook hier zijn de 'omgekeerde vlakken in vachtkleur' veel groter dan het oorspronkelijke tanpatroon.
Ingefokt?
De vraag is of 'we' dit met ons allen hebben ingefokt door te selecteren op leuke nieuwe kleurtjes. Wel is het zo dat de CockerSpanielClub van mening is dat 'we' vroeger geen masker hadden, dan wel de maskers in Engelse Cockers recessief waren, twee keer ee. En dus opgingen in de vachtkleur van de hond. Kijk maar naar bijvoorbeeld de schimmelvariant. Daar kun je zien dat het masker wel als patroon te zien is, maar niet in een andere kleur.
Hieronder 'echte black and tans'.
De googlecommissie heeft nog geen verdere informatie over de gevolgen van het infokken van een masker bij Engelse Cockers. Vast staat wel dat onze rasstandaard er niets over zegt. En voor wat betreft de 'neveneffecten' op het gebied van gezondheid en welzijn is ook nog niets bekend.
Waar 'we' over na moeten denken is of we dit willen? Maskers in Engelse Cockers. Maskers geven wel een andere uitstraling dan zachtaardig en opgewekt. Ook al kunnen deze masker honden dat natuurlijk van aard wel zijn.
U wordt op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.
donderdag 27 oktober 2011
Neuskleur en rasstandaard
Hoewel onze rasstandaard niets zegt over de kleur van de neus, is de algemene opvatting dat de neuskleur bij de vacht en de ogen moet passen. Te lichte neuskleuren geven de Engelse Cocker een totaal andere uitstraling, die het rastype niet ten goede komt.
Zelfs voor rode en roodschimmel Cockers zien we liever een zwarte neus. Voor leverkleuren en leverschimmels moet de neuskleur in evenwicht zijn met de vacht en de ogen.
Voorbeeld van te lichte neuskleur.
Zelfs voor rode en roodschimmel Cockers zien we liever een zwarte neus. Voor leverkleuren en leverschimmels moet de neuskleur in evenwicht zijn met de vacht en de ogen.
Voorbeeld van te lichte neuskleur.
Voorbeeld van gewenste neuskleur. Let op de uitstraling van de hond.
Oogkleur en rasstandaard
Onze rasstandaard zegt toch echt het volgende over ogen:
'Vol, maar niet te prominent en nooit uitpuilend. Donkerbruin of bruin, maar nooit licht. Bij de leverkleuren, zoals leverschimmels en leverbonte honden, is donker hazelnoot in overeenstemming met de kleur van de vacht toegestaan. Intelligente en zachte uitdrukking, maar ogen tevens klaarwakker, attent en vrolijk. Goed aangesloten oogleden.'
En dan zijn er nog mensen/pupkopers, die bellen en vragen om een Engelse Cocker met van die leuke blauwe ogen. Of die vallen op groene ogen en daar dan moeite, tijd en energie insteken om zo'n hond te kunnen kopen.
Maar de CockerSpanielclub is van mening dat de rasstandaard niet zomaar uit de lucht is komen vallen en dat de bedenkers van ons leuke ras, hiervoor een reden moeten hebben gehad. Dus afgezien van het feit of je donkere ogen (zelfs voor de rode en roodschimmels) nu niet zo mooi vindt, of niet bijzonder genoeg, onze rasstandaard is hierover helder en duidelijk.
Het is een feit, zie ook het bericht hieronder, dat een ras nog nooit gediend is geweest het volgen van trends en hypes. Daar wordt een ras alleen maar zwakker en slechter van.
En als je dan toch je portemonnee trekt en een goede gezonde hond wilt kopen, waarom zou je dan naar iets bijzonders gaan zoeken?
Wat is er mis met een mooi blauwschimmel? Of een leuke rode?
'Vol, maar niet te prominent en nooit uitpuilend. Donkerbruin of bruin, maar nooit licht. Bij de leverkleuren, zoals leverschimmels en leverbonte honden, is donker hazelnoot in overeenstemming met de kleur van de vacht toegestaan. Intelligente en zachte uitdrukking, maar ogen tevens klaarwakker, attent en vrolijk. Goed aangesloten oogleden.'
En dan zijn er nog mensen/pupkopers, die bellen en vragen om een Engelse Cocker met van die leuke blauwe ogen. Of die vallen op groene ogen en daar dan moeite, tijd en energie insteken om zo'n hond te kunnen kopen.
Maar de CockerSpanielclub is van mening dat de rasstandaard niet zomaar uit de lucht is komen vallen en dat de bedenkers van ons leuke ras, hiervoor een reden moeten hebben gehad. Dus afgezien van het feit of je donkere ogen (zelfs voor de rode en roodschimmels) nu niet zo mooi vindt, of niet bijzonder genoeg, onze rasstandaard is hierover helder en duidelijk.
Het is een feit, zie ook het bericht hieronder, dat een ras nog nooit gediend is geweest het volgen van trends en hypes. Daar wordt een ras alleen maar zwakker en slechter van.
En als je dan toch je portemonnee trekt en een goede gezonde hond wilt kopen, waarom zou je dan naar iets bijzonders gaan zoeken?
Wat is er mis met een mooi blauwschimmel? Of een leuke rode?
De CockerSpanielClub pleit ervoor hypes zoveel mogelijk te beteugelen. We zijn van mening dat hypes het ras op de lange termijn geen goed doen. En wie een rashond koopt en het niet belangrijk vindt dat deze binnen de rasstandaard valt, kan net zo goed een look-a-like kopen. Blijf als pupkoper in elk geval zelf nadenken. En stel het welzijn en de gezondheid van de hond voorop en niet je 'smaak' of het 'bijzondere'. Want volgend jaar is er weer een andere hype.
Voorbeelden van te lichte ogen.
Who is to blame?
Fokkers wijzen erg snel naar keurmeesters, die verantwoordelijk zouden zijn voor de misvorming van een hondenras. Maar is dat nu wel zo?
De fokkers zijn toch degene die inschrijven op de shows, en als een keurmeester niet voldoende inschrijvingen krijgt dan wordt deze keurmeester de volgende keer gewoon niet meer uitgenodigd. Als er een keurmeester keurt die de kwaliteit van de honden minimaal vind en alleen maar ZG's uitdeelt en af en toe een U'tje dan is je carriere als keurmeester snel naar de knoppen: de volgende keer komt er geen hond. Hondenshows zijn tenslotte gewoon bedrijven: die moeten winst maken of in het gunstiste geval op quit spelen. Dus nodigen ze keurmeesters uit die de fokkers bevallen en dus bepalen de fokkers het type hond dat wint zelf!
In Engeland wil de kennelclub nu dat voor een aantal kwetsbare rassen (waaronder de Basset, Bulldog, Clumber, Sharpei) de regels op shows veranderen: daar moet de hond die beste van het ras is geworden eerst naar de dierenarts om te kijken of die hond eigenlijk wel gezond is. Pas nadat hij door die keuring heen is gekomen krijgt hij de titel. Natuurlijk kan een dierenarts niet alles controleren, maar overdadig vel, hangogen, niet kunnen ademen vanwege de platte neus. Sterker nog dat kan iedereen zien, iedereen, behalve die fokkers zelf blijkbaar.
De Engelse Cocker is niet een van deze kwetsbare rasssen, maar wij zien ook wel een paar punten die wij bij ons ras in de gaten moeten houden: zoals te veel vacht en te kleine koppies: voor je het weet gaan we in de richting van de amerikaantjes. Op het weblog van “pedigree dogs exposed” was er daar pas een item over.
http://pedigreedogsexposed.blogspot.com/2011/10/how-yanks-cocked-up-cocker.html
Het is echt schokkend om te zien wat je in een korte tijd kunt manipuleren in een ras. De Amerikaanse Cocker is geen jachthond meer, door die hoeveelheid haar kunnen ze niet meer functioneren als jachthond. Ze zouden beter in een andere catogorie moeten: de gezelschapshonden. Nog schokkender zijn de reacties van de liefhebbers die zich van geen kwaad bewust zijn en blijkbaar van “grooming” hun dagelijks werk hebben gemaakt. Ik hoop dat wij die kant niet op zullen gaan en zullen blijven nadenken over ons ras.
De fokkers zijn toch degene die inschrijven op de shows, en als een keurmeester niet voldoende inschrijvingen krijgt dan wordt deze keurmeester de volgende keer gewoon niet meer uitgenodigd. Als er een keurmeester keurt die de kwaliteit van de honden minimaal vind en alleen maar ZG's uitdeelt en af en toe een U'tje dan is je carriere als keurmeester snel naar de knoppen: de volgende keer komt er geen hond. Hondenshows zijn tenslotte gewoon bedrijven: die moeten winst maken of in het gunstiste geval op quit spelen. Dus nodigen ze keurmeesters uit die de fokkers bevallen en dus bepalen de fokkers het type hond dat wint zelf!
In Engeland wil de kennelclub nu dat voor een aantal kwetsbare rassen (waaronder de Basset, Bulldog, Clumber, Sharpei) de regels op shows veranderen: daar moet de hond die beste van het ras is geworden eerst naar de dierenarts om te kijken of die hond eigenlijk wel gezond is. Pas nadat hij door die keuring heen is gekomen krijgt hij de titel. Natuurlijk kan een dierenarts niet alles controleren, maar overdadig vel, hangogen, niet kunnen ademen vanwege de platte neus. Sterker nog dat kan iedereen zien, iedereen, behalve die fokkers zelf blijkbaar.
De Engelse Cocker is niet een van deze kwetsbare rasssen, maar wij zien ook wel een paar punten die wij bij ons ras in de gaten moeten houden: zoals te veel vacht en te kleine koppies: voor je het weet gaan we in de richting van de amerikaantjes. Op het weblog van “pedigree dogs exposed” was er daar pas een item over.
http://pedigreedogsexposed.blogspot.com/2011/10/how-yanks-cocked-up-cocker.html
Het is echt schokkend om te zien wat je in een korte tijd kunt manipuleren in een ras. De Amerikaanse Cocker is geen jachthond meer, door die hoeveelheid haar kunnen ze niet meer functioneren als jachthond. Ze zouden beter in een andere catogorie moeten: de gezelschapshonden. Nog schokkender zijn de reacties van de liefhebbers die zich van geen kwaad bewust zijn en blijkbaar van “grooming” hun dagelijks werk hebben gemaakt. Ik hoop dat wij die kant niet op zullen gaan en zullen blijven nadenken over ons ras.
Abonneren op:
Posts (Atom)








