donderdag 27 oktober 2011

Oogkleur en rasstandaard

Onze rasstandaard zegt toch echt het volgende over ogen:

'Vol, maar niet te prominent en nooit uitpuilend. Donkerbruin of bruin, maar nooit licht. Bij de leverkleuren, zoals leverschimmels en leverbonte honden, is donker hazelnoot in overeenstemming met de kleur van de vacht toegestaan. Intelligente en zachte uitdrukking, maar ogen tevens klaarwakker, attent en vrolijk. Goed aangesloten oogleden.'

En dan zijn er nog mensen/pupkopers, die bellen en vragen om een Engelse Cocker met van die leuke blauwe ogen. Of die vallen op groene ogen en daar dan moeite, tijd en energie insteken om zo'n hond te kunnen kopen.
Maar de CockerSpanielclub is van mening dat de rasstandaard niet zomaar uit de lucht is komen vallen en dat de bedenkers van ons leuke ras, hiervoor een reden moeten hebben gehad. Dus afgezien van het feit of je donkere ogen (zelfs voor de rode en roodschimmels) nu niet zo mooi vindt, of niet bijzonder genoeg, onze rasstandaard is hierover helder en duidelijk.


Het is een feit, zie ook het bericht hieronder, dat een ras nog nooit gediend is geweest het volgen van trends en hypes. Daar wordt een ras alleen maar zwakker en slechter van.
En als je dan toch je portemonnee trekt en een goede gezonde hond wilt kopen, waarom zou je dan naar iets bijzonders gaan zoeken?
Wat is er mis met een mooi blauwschimmel? Of een leuke rode?


De CockerSpanielClub pleit ervoor hypes zoveel mogelijk te beteugelen. We zijn van mening dat hypes het ras op de lange termijn geen goed doen. En wie een rashond koopt en het niet belangrijk vindt dat deze binnen de rasstandaard valt, kan net zo goed een look-a-like kopen. Blijf als pupkoper in elk geval zelf nadenken. En stel het welzijn en de gezondheid van de hond voorop en niet je 'smaak' of het 'bijzondere'. Want volgend jaar is er weer een andere hype.
Voorbeelden van te lichte ogen.

Who is to blame?

Fokkers wijzen erg snel naar keurmeesters, die verantwoordelijk zouden zijn voor de misvorming van een hondenras. Maar is dat nu wel zo?
De fokkers zijn toch degene die inschrijven op de shows, en als een keurmeester niet voldoende inschrijvingen krijgt dan wordt deze keurmeester de volgende keer gewoon niet meer uitgenodigd. Als er een keurmeester keurt die de kwaliteit van de honden minimaal vind en alleen maar ZG's uitdeelt en af en toe een U'tje dan is je carriere als keurmeester snel naar de knoppen: de volgende keer komt er geen hond. Hondenshows zijn tenslotte gewoon bedrijven: die moeten winst maken of in het gunstiste geval op quit spelen. Dus nodigen ze keurmeesters uit die de fokkers bevallen en dus bepalen de fokkers het type hond dat wint zelf!


In Engeland wil de kennelclub nu dat voor een aantal kwetsbare rassen (waaronder de Basset, Bulldog, Clumber, Sharpei) de regels op shows veranderen: daar moet de hond die beste van het ras is geworden eerst naar de dierenarts om te kijken of die hond eigenlijk wel gezond is. Pas nadat hij door die keuring heen is gekomen krijgt hij de titel. Natuurlijk kan een dierenarts niet alles controleren, maar overdadig vel, hangogen, niet kunnen ademen vanwege de platte neus. Sterker nog dat kan iedereen zien, iedereen, behalve die fokkers zelf blijkbaar.


De Engelse Cocker is niet een van deze kwetsbare rasssen, maar wij zien ook wel een paar punten die wij bij ons ras in de gaten moeten houden: zoals te veel vacht en te kleine koppies: voor je het weet gaan we in de richting van de amerikaantjes. Op het weblog van “pedigree dogs exposed” was er daar pas een item over.


http://pedigreedogsexposed.blogspot.com/2011/10/how-yanks-cocked-up-cocker.html


Het is echt schokkend om te zien wat je in een korte tijd kunt manipuleren in een ras. De Amerikaanse Cocker is geen jachthond meer, door die hoeveelheid haar kunnen ze niet meer functioneren als jachthond. Ze zouden beter in een andere catogorie moeten: de gezelschapshonden. Nog schokkender zijn de reacties van de liefhebbers die zich van geen kwaad bewust zijn en blijkbaar van “grooming” hun dagelijks werk hebben gemaakt. Ik hoop dat wij die kant niet op zullen gaan en zullen blijven nadenken over ons ras.

Miskleuren

Op dit moment is er heel wat te doen over miskleuren. Sommige mensen vragen zich af waar al die drukte vandaan komt. Miskleuren zijn toch ook gewoon leuke Cockers? En er zijn pupkopers die zelfs op zoek zijn naar miskleuren. En daar in sommige gevallen veel geld voor neer tellen.
Maar miskleuren zijn met recht en reden ooit tot miskleur benoemd.
Hieronder bijvoorbeeld een Merle Cocker.

Met bijbehorende tekst.
"Let's look now at Zuma, a striking, very unusual English Cocker Spaniel. He has blue eyes and a tri-colored coat so beautiful that people stop to stare at him.

But with his beautiful coat came a price, and the price nearly included his life. The same genes that made him so beautiful also left him deaf and with a visual condition that means he can only see things straight ahead of him--a form of tunnel vision. His breeder turned him over to a dog auction where he might have been purchased by some unsuspecting breeder or individual."

Miskleuren gaan niet zelden gepaard met aandoeningen en problemen. Dat is waarschijnlijk ook ooit de reden geweest dat de eerste fokkers in Engeland miskleuren van de fokkerij zijn gaan uitsluiten. Noem het ervaringsleren.

Het probleem is in de huidige discussie over wat een miskleur is volgens de rasstandaard. En of een miskleur, omdat het wel een Engelse Cocker is, een stamboom moet krijgen. In een ander bericht zal dit aspect nader worden toegelicht.

zondag 23 oktober 2011

Is hermafrodie bij de Engelse Cockers eigenlijk wel recessief??

Hermafrodie komt bij onze cockers regelmatig voor. De meeste fokkers weten ook dat er in het verleden regelmatig contact is geweest met Cornell met Dr. Vicki Meyers-Wallen. Door het onderzoeken van een aantal van deze hermafrodiete pups, weten we de specifieke vorm van hermafrodie waar wij bij de engelse cockers hebben: XX Sry-negatief. Bij de Amerikaanse Cockers hebben ze ook diezelfde vorm: met een dragers (een reu) hebben ze een fokprogramma opgezet om uit de zoeken waar het genetische foutje nu zit. In 2007 is dit gepubliceerd:


“In the present study, linkage on CFA29 was obtained under an autosomal dominant inheritance model. Therefore, the previous candidate gene intragenic marker data were reanalyzed for segregation with the affected phenotype assuming autosomal dominant inheritance.”
De conclusie was dus dat er bij al deze honden maar een significant stukje DNA gevonden kon worden: maar alleen als het dominant vererfde. Deze informatie was nog niet bekend toen de eerste contacten werden gelegd, toen werd er nog vanuitgegaan dat het een recessieve vererving zou zijn.

Een van onze leden heeft daarop een mail gestuurd naar Dr. Vicki Meyers-Wallen en dit was haar antwoord:

“Regardless of our linkage paper, I still think that the best approach to reduce or eliminate this trait is to consider that both parents are carriers, and also that some siblings of the affected dog are carriers. I realize that is frustrating, but I would still hold to that until we have the actual mutation to sort it out once and for all.“

Daarin zegt ze dus niet dat het niet dominant vererft, alleen omdat we niet weten welke van de twee ouders nu de drager is moeten we ze allebei uitsluiten en dat zal ook niet veranderen tot er een echte doorbraak is. Daarvoor moet veel meer genetisch materiaal van hermafrodiete Cockers worden getest. Reden te meer om voor eigenaren met een hermafrodiete / tweeslachtige cocker om contact op te nemen met Dr. Vicki Meyers-Wallen.

dinsdag 18 oktober 2011

Rashondenwijzer

Zijn jullie ook zo geschrokken van die rashondenwijzer? Nou wij wel een beetje.

Daarom is, achter de schermen, de CSC bezig geweest om de rashondenwijzer kloppender te maken. Door deze inzet is op een aantal punten zoals FN en PRA de rashondenwijzer ondertussen aangepast. Die afwijkingen zullen niet van de lijst verdwijnen (we willen het bestaan ervan ook niet ontkennen) , maar met het huidige nederlandse fokbeleid is het wel heel erg teruggedrongen en worden er de laatste jaren geen FN of PRA-lijders meer gefokt. Felicitaties voor de fokkers die deze DNA-testen zo goed in hun fokkerij toepassen zijn zeker op zijn plaats. Dus ook namens de cockers: gefeliciteerd!

zondag 16 oktober 2011

Honden persoonlijkheden

Er komen altijd weer allerlei leuke zaken boven als je aan het googlen bent over honden. Zo hebben we een onderzoek gevonden dat uitwijst dat honden persoonlijkheden hebben. Dat weten de meeste hondenbezitters allang natuurlijk! Zeker mensen die al hun hele leven honden houden en er velen aan zich voorbij hebben zien trekken, weten dat je verlegen, angstige, opgewekte, rustige, drukke, etc ... honden hebt. Maar nu is het wetenschappelijk aangetoond.

In het onderzoek hebben ze honden vergeleken met mensen op wat we karakter noemen. Dat hebben ze gedaan door te onderzoeken of er een zekere consequentie en stabiliteit is in de persoonlijkheid in verschillende situaties. Honden zijn, net als mensen, onderworpen aan een psychologische test. Daarbij werden de volgende zaken gemeten:
  • interne consistentie; hiermee wordt bedoeld dat er een stabiel element in gedrag is dat altijd aanwezig is.
  • consensus; hiermee wordt bedoeld dat in de hond sprake is van een bepaald evenwicht in het gedrag tussen voelen, denken en doen
  • correspondence; hiermee wordt bedoeld dat de hond ook reageert op een manier die bij hem/haar past en dat dit zichtbaar is in het gedrag.
De onderzoekers hebben gewone mensen in het park gevraagd mee te doen aan de test. Dus het waren niet alleen rashonden. Uit het onderzoek blijkt nu dat honden inderdaad, net als mensen en chimpansees over een 'persoonlijkheid' beschikken. Het onderzoek geeft ook leuke overeenkomsten te zien tussen de persoonlijkheden van de honden en hun eigenaren. Maar dat moet u zelf maar lezen.

Belangrijk is, vanuit een evolutionair perspectief, dat er sprake is van wat biologen noemen continuiteit. Wanneer je alle levende wezens met elkaar in relatie brengt via de evolutietheorie, dan kun je zien dat eigenschappen, op verschillende manieren weliswaar, in de biologie altijd 'hergebruikt' worden. Het feit dat honden een persoonlijkheid hebben betekent voor biologen dat de evolutie dus niets weggooit, maar voortbouwt op wat er al is.
Bovendien zeggen de onderzoekers dat we door o.a. deze resultaten anders naar dieren moeten gaan kijken. Persoonlijkheid hebben is een belangrijk kenmerk van zoogdieren.
Zelf verder lezen: http://www.psych.umn.edu/courses/spring05/mcguem/psy8935/readings/gosling2003.pdf

Het immuunsysteem als 'lerend' systeem

Tijdens een promotieonderzoek, gedaan door een dierenarts in Berlijn, is onderzocht of er inderdaad rassen zijn waar IHA (hemolytische anemie; wij noemen het IMHA) meer voorkomt dan in andere rassen. En of IHA mendeliaans vererft. En of er sprake is van mutaties van genen in verschillende rassen. Onderzocht zijn de Engelse Cockers en de Ierse Setters.
Mensen die goed Duits kunnen e.e.a. hier zelf verder lezen.
http://www.diss.fu-berlin.de/diss/servlets/MCRFileNodeServlet/FUDISS_derivate_000000008110/Liang.pdf;jsessionid=11622005465714550313121BE5344A9B?hosts=

Voor alle anderen een kleine samenvatting.
Autoimmuniteit is een complex systeem waarbij er van uit gegaan wordt dat genen voor 20-40% een rol spelen, en omgevingsfactoren van grote invloed zijn. Dit is ook logisch, want door te leven en dingen mee te maken bewijst het immuunsysteem als het ware zijn kracht. En hetgeen individuele dieren meemaken is natuurlijk niet te voorspellen. Uit onderzoeken in de biosemiotiek (zie de website van de voorzitter http://www.biosemiotiek.nl/) blijkt dat immuunsystemen 'lerende' systemen zijn. Dat weten we in feite allemaal al, want anders zou het geen zin hebben om mensen en dieren tegen ziekten in te enten. Het immuunsysteem heeft een geheugen en een mechanisme om nieuwe invloeden te herkennen en te verwerken. In de biosemiotische opvatting kun je een immuunsysteem vergelijken met het geheugen in de hersenen. Die zijn ook flexibel en kunnen ervaringen verwerken.

De dierenarts in Berlijn heeft gezocht naar verschillende genen en naar varianten op bepaalde genen om te kijken of er sprake is van Mendeliaanse vererving van IHA. In de groep van de Ierse Setters is een significante aanwijzing gevonden dat bij dat ras inderdaad sprake is van een autosomaal recessieve vererving; Mendeliaans dus.
In de Engelse Cocker groep zijn sexe specifieke verschillen aangetroffen, maar daar is blijkbaar niet aantoonbaar sprake van Mendeliaans vererving. Eerder moet gedacht worden aan omgevingsfactoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van IHA in Engelse Cockers.
Hiermee is niet gezegd dat er geen genetische elementen zijn in de ontwikkeling van IHA bij Engelse Cockers. Als omgevingsfactoren de belangrijkste invloed zijn en Engelse Cockers daardoor IHA ontwikkelen, dan kan het ook zijn dat Engelse Cockers niet zo'n goed 'lerend' immuunsysteem hebben. Dit kun je vergelijken met de (genetische) aanleg van IQ en EQ. Die zijn ook van invloed op de werking van hersenen en het leren. De enige conclusie die we uit dit onderzoek ten aanzien van onze Cockers kunnen trekken is; dat er bij de Engelse Cocker geen sprake is van Mendeliaanse vereving van IHA. Dat laat onverlet dat er nog altijd genetische elementen, nodig bij de opbouw van het complexe immuunsysteem, een rol kunnen spelen. Maar die zijn vooralsnog niet aangetoond.
Niemand heeft beloofd dat het simpel zou zijn :-).