donderdag 27 oktober 2011

Miskleuren

Op dit moment is er heel wat te doen over miskleuren. Sommige mensen vragen zich af waar al die drukte vandaan komt. Miskleuren zijn toch ook gewoon leuke Cockers? En er zijn pupkopers die zelfs op zoek zijn naar miskleuren. En daar in sommige gevallen veel geld voor neer tellen.
Maar miskleuren zijn met recht en reden ooit tot miskleur benoemd.
Hieronder bijvoorbeeld een Merle Cocker.

Met bijbehorende tekst.
"Let's look now at Zuma, a striking, very unusual English Cocker Spaniel. He has blue eyes and a tri-colored coat so beautiful that people stop to stare at him.

But with his beautiful coat came a price, and the price nearly included his life. The same genes that made him so beautiful also left him deaf and with a visual condition that means he can only see things straight ahead of him--a form of tunnel vision. His breeder turned him over to a dog auction where he might have been purchased by some unsuspecting breeder or individual."

Miskleuren gaan niet zelden gepaard met aandoeningen en problemen. Dat is waarschijnlijk ook ooit de reden geweest dat de eerste fokkers in Engeland miskleuren van de fokkerij zijn gaan uitsluiten. Noem het ervaringsleren.

Het probleem is in de huidige discussie over wat een miskleur is volgens de rasstandaard. En of een miskleur, omdat het wel een Engelse Cocker is, een stamboom moet krijgen. In een ander bericht zal dit aspect nader worden toegelicht.

zondag 23 oktober 2011

Is hermafrodie bij de Engelse Cockers eigenlijk wel recessief??

Hermafrodie komt bij onze cockers regelmatig voor. De meeste fokkers weten ook dat er in het verleden regelmatig contact is geweest met Cornell met Dr. Vicki Meyers-Wallen. Door het onderzoeken van een aantal van deze hermafrodiete pups, weten we de specifieke vorm van hermafrodie waar wij bij de engelse cockers hebben: XX Sry-negatief. Bij de Amerikaanse Cockers hebben ze ook diezelfde vorm: met een dragers (een reu) hebben ze een fokprogramma opgezet om uit de zoeken waar het genetische foutje nu zit. In 2007 is dit gepubliceerd:


“In the present study, linkage on CFA29 was obtained under an autosomal dominant inheritance model. Therefore, the previous candidate gene intragenic marker data were reanalyzed for segregation with the affected phenotype assuming autosomal dominant inheritance.”
De conclusie was dus dat er bij al deze honden maar een significant stukje DNA gevonden kon worden: maar alleen als het dominant vererfde. Deze informatie was nog niet bekend toen de eerste contacten werden gelegd, toen werd er nog vanuitgegaan dat het een recessieve vererving zou zijn.

Een van onze leden heeft daarop een mail gestuurd naar Dr. Vicki Meyers-Wallen en dit was haar antwoord:

“Regardless of our linkage paper, I still think that the best approach to reduce or eliminate this trait is to consider that both parents are carriers, and also that some siblings of the affected dog are carriers. I realize that is frustrating, but I would still hold to that until we have the actual mutation to sort it out once and for all.“

Daarin zegt ze dus niet dat het niet dominant vererft, alleen omdat we niet weten welke van de twee ouders nu de drager is moeten we ze allebei uitsluiten en dat zal ook niet veranderen tot er een echte doorbraak is. Daarvoor moet veel meer genetisch materiaal van hermafrodiete Cockers worden getest. Reden te meer om voor eigenaren met een hermafrodiete / tweeslachtige cocker om contact op te nemen met Dr. Vicki Meyers-Wallen.

dinsdag 18 oktober 2011

Rashondenwijzer

Zijn jullie ook zo geschrokken van die rashondenwijzer? Nou wij wel een beetje.

Daarom is, achter de schermen, de CSC bezig geweest om de rashondenwijzer kloppender te maken. Door deze inzet is op een aantal punten zoals FN en PRA de rashondenwijzer ondertussen aangepast. Die afwijkingen zullen niet van de lijst verdwijnen (we willen het bestaan ervan ook niet ontkennen) , maar met het huidige nederlandse fokbeleid is het wel heel erg teruggedrongen en worden er de laatste jaren geen FN of PRA-lijders meer gefokt. Felicitaties voor de fokkers die deze DNA-testen zo goed in hun fokkerij toepassen zijn zeker op zijn plaats. Dus ook namens de cockers: gefeliciteerd!

zondag 16 oktober 2011

Honden persoonlijkheden

Er komen altijd weer allerlei leuke zaken boven als je aan het googlen bent over honden. Zo hebben we een onderzoek gevonden dat uitwijst dat honden persoonlijkheden hebben. Dat weten de meeste hondenbezitters allang natuurlijk! Zeker mensen die al hun hele leven honden houden en er velen aan zich voorbij hebben zien trekken, weten dat je verlegen, angstige, opgewekte, rustige, drukke, etc ... honden hebt. Maar nu is het wetenschappelijk aangetoond.

In het onderzoek hebben ze honden vergeleken met mensen op wat we karakter noemen. Dat hebben ze gedaan door te onderzoeken of er een zekere consequentie en stabiliteit is in de persoonlijkheid in verschillende situaties. Honden zijn, net als mensen, onderworpen aan een psychologische test. Daarbij werden de volgende zaken gemeten:
  • interne consistentie; hiermee wordt bedoeld dat er een stabiel element in gedrag is dat altijd aanwezig is.
  • consensus; hiermee wordt bedoeld dat in de hond sprake is van een bepaald evenwicht in het gedrag tussen voelen, denken en doen
  • correspondence; hiermee wordt bedoeld dat de hond ook reageert op een manier die bij hem/haar past en dat dit zichtbaar is in het gedrag.
De onderzoekers hebben gewone mensen in het park gevraagd mee te doen aan de test. Dus het waren niet alleen rashonden. Uit het onderzoek blijkt nu dat honden inderdaad, net als mensen en chimpansees over een 'persoonlijkheid' beschikken. Het onderzoek geeft ook leuke overeenkomsten te zien tussen de persoonlijkheden van de honden en hun eigenaren. Maar dat moet u zelf maar lezen.

Belangrijk is, vanuit een evolutionair perspectief, dat er sprake is van wat biologen noemen continuiteit. Wanneer je alle levende wezens met elkaar in relatie brengt via de evolutietheorie, dan kun je zien dat eigenschappen, op verschillende manieren weliswaar, in de biologie altijd 'hergebruikt' worden. Het feit dat honden een persoonlijkheid hebben betekent voor biologen dat de evolutie dus niets weggooit, maar voortbouwt op wat er al is.
Bovendien zeggen de onderzoekers dat we door o.a. deze resultaten anders naar dieren moeten gaan kijken. Persoonlijkheid hebben is een belangrijk kenmerk van zoogdieren.
Zelf verder lezen: http://www.psych.umn.edu/courses/spring05/mcguem/psy8935/readings/gosling2003.pdf

Het immuunsysteem als 'lerend' systeem

Tijdens een promotieonderzoek, gedaan door een dierenarts in Berlijn, is onderzocht of er inderdaad rassen zijn waar IHA (hemolytische anemie; wij noemen het IMHA) meer voorkomt dan in andere rassen. En of IHA mendeliaans vererft. En of er sprake is van mutaties van genen in verschillende rassen. Onderzocht zijn de Engelse Cockers en de Ierse Setters.
Mensen die goed Duits kunnen e.e.a. hier zelf verder lezen.
http://www.diss.fu-berlin.de/diss/servlets/MCRFileNodeServlet/FUDISS_derivate_000000008110/Liang.pdf;jsessionid=11622005465714550313121BE5344A9B?hosts=

Voor alle anderen een kleine samenvatting.
Autoimmuniteit is een complex systeem waarbij er van uit gegaan wordt dat genen voor 20-40% een rol spelen, en omgevingsfactoren van grote invloed zijn. Dit is ook logisch, want door te leven en dingen mee te maken bewijst het immuunsysteem als het ware zijn kracht. En hetgeen individuele dieren meemaken is natuurlijk niet te voorspellen. Uit onderzoeken in de biosemiotiek (zie de website van de voorzitter http://www.biosemiotiek.nl/) blijkt dat immuunsystemen 'lerende' systemen zijn. Dat weten we in feite allemaal al, want anders zou het geen zin hebben om mensen en dieren tegen ziekten in te enten. Het immuunsysteem heeft een geheugen en een mechanisme om nieuwe invloeden te herkennen en te verwerken. In de biosemiotische opvatting kun je een immuunsysteem vergelijken met het geheugen in de hersenen. Die zijn ook flexibel en kunnen ervaringen verwerken.

De dierenarts in Berlijn heeft gezocht naar verschillende genen en naar varianten op bepaalde genen om te kijken of er sprake is van Mendeliaanse vererving van IHA. In de groep van de Ierse Setters is een significante aanwijzing gevonden dat bij dat ras inderdaad sprake is van een autosomaal recessieve vererving; Mendeliaans dus.
In de Engelse Cocker groep zijn sexe specifieke verschillen aangetroffen, maar daar is blijkbaar niet aantoonbaar sprake van Mendeliaans vererving. Eerder moet gedacht worden aan omgevingsfactoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van IHA in Engelse Cockers.
Hiermee is niet gezegd dat er geen genetische elementen zijn in de ontwikkeling van IHA bij Engelse Cockers. Als omgevingsfactoren de belangrijkste invloed zijn en Engelse Cockers daardoor IHA ontwikkelen, dan kan het ook zijn dat Engelse Cockers niet zo'n goed 'lerend' immuunsysteem hebben. Dit kun je vergelijken met de (genetische) aanleg van IQ en EQ. Die zijn ook van invloed op de werking van hersenen en het leren. De enige conclusie die we uit dit onderzoek ten aanzien van onze Cockers kunnen trekken is; dat er bij de Engelse Cocker geen sprake is van Mendeliaanse vereving van IHA. Dat laat onverlet dat er nog altijd genetische elementen, nodig bij de opbouw van het complexe immuunsysteem, een rol kunnen spelen. Maar die zijn vooralsnog niet aangetoond.
Niemand heeft beloofd dat het simpel zou zijn :-).

zaterdag 15 oktober 2011

We vote for less coat

Was afgelopen jaar in Malvern en heb op DE cockerspaniel show van Engeland, weer heel wat lekker bijgekletst. Wat me de laatste jaren opvalt is dat de vachten van de cockers steeds onhandelbaarder worden: pluis in plaats van zijdezacht en veel. Ook collega fokkers hebben daar last van: het showklaar maken van een cocker is zo'n beetje een dagtaak  geworden (en laat ons minder tijd om lekker over onze hobby te ouwebetten). Dus vandaar de actie: "we vote for less coat".

Mendel voorbij

We kennen de monnik Mendel allemaal van zijn erwten met roze en witte bloemen. Hij heeft de wetenschap vooruit geholpen. Maar zijn ideeen zijn inmiddels verder ontwikkeld. En het blijkt dat niet alle eigenschappen via de Mendeliaanse vererving overgaan. Niet alle erfelijke aandoeningen zijn te verdelen in drager, lijder en vrij. Vaker niet zelfs. Aan de ene kant komt dit omdat een mens bijvoorbeeld 'maar' ongeveer 25.000 genen heeft en dat is niet genoeg om alle eigenschappen te verklaren. Maar steeds meer wordt duidelijk dat genen werken in een netwerk. Zijn werken samen en zijn van elkaar afhankelijk.
Aan de hand van wat we in statistiek een normaalverdeling (Bellcurve) noemen gaan we dit uitleggen.
Mensen, honden, muizen, alles kun je van iedereen meten en dan zal blijken dat er altijd sprake is van een zogenaamde Bellcurve. Hierboven is er een weergegeven m.b.t. empathisch gedrag bij mannen. Links zitten de mannen die helemaal niet empatisch zijn en dat zijn er heel weinig. Rechts de zeer empathische mannen en dat zijn er ook weinig. De meeste mannen zitten in het midden.
Zulke Bellcurves kun je ook maken van de lengte van de vrouwen in Nederland, of voor het IQ van alle mensen, of voor de dikte van de nierschors bij Engelse Cockers.
De meeste individuen zullen ergens in het midden zitten, maar aan beide uiteinden zitten de uitschieters. In het geval van zeer weinig nierschors bij Engelse Cockers zullen dat er weinig zijn, maar die gaan ook dood. Aan de rechterkant zitten de Engelse Cockers met een hele dikke (ook abnormale) nierschors.

De meeste aandoeningen en ziekten, erfelijk of niet, zullen bij het meten daarvan weer te geven zijn in een Bellcurve. Erfelijke aandoeningen komen meestal niet voor als digitaal systeem; je hebt het wel of je hebt het niet. Maar ze komen vaker voor in gradaties van meer of minder, met een gemiddelde in het midden.

Het feit dat aandoeningen in gradaties voorkomen, en dat een of beide extremen van de Bellcurve dodelijk kan zijn, komt omdat de betrokken genen samenwerken. Genen staan aan of uit en zetten elkaar ook aan of uit. Als er 'zand' in deze machine komt, dan loopt het ergens, vroeger of later, spaak. Vandaar dat het zo moeilijk is om honden zonder aandoeningen te fokken. We weten nog te weinig van heel veel, en we denken nog steeds in de wetten van Mendel.

Een duidelijk voorbeeld is het slecht zien. Ook dit kan weergegeven worden in een normaalverdeling. Sommige mensen hebben een brilletje min tien, maar dat zijn er weinig. En sommigen hebben hun hele leven geen bril nodig, maar dat zijn er ook maar weinig. De meeste mensen ontwikkelen in de loop van hun leven een afwijking aan de ogen, waardoor ze een brilletje moeten gaan dragen. Dit noemen we individuele variatie. Als de individuele variatie te ver aan de rechter- of linkerkant van de Bellcurve komt, noemen we het een ziekte of aandoening en soms is die aandoening inderdaad dodelijk. Maar slechts in zeldzame gevallen is daar maar één gen bij betrokken. Wat we nu kunnen testen zijn de uitzonderingen op de regel. Namelijk PRA en FN, die inderdaad Mendeliaans vererven. En dat is al een stap in de goede richting. Maar dit zijn twee duidelijke uitzonderingen op de algemene biologisch regel. Lees ook het stukje over de mutatie van het PAX2 gen bij coloboma.