zondag 16 oktober 2011

Honden persoonlijkheden

Er komen altijd weer allerlei leuke zaken boven als je aan het googlen bent over honden. Zo hebben we een onderzoek gevonden dat uitwijst dat honden persoonlijkheden hebben. Dat weten de meeste hondenbezitters allang natuurlijk! Zeker mensen die al hun hele leven honden houden en er velen aan zich voorbij hebben zien trekken, weten dat je verlegen, angstige, opgewekte, rustige, drukke, etc ... honden hebt. Maar nu is het wetenschappelijk aangetoond.

In het onderzoek hebben ze honden vergeleken met mensen op wat we karakter noemen. Dat hebben ze gedaan door te onderzoeken of er een zekere consequentie en stabiliteit is in de persoonlijkheid in verschillende situaties. Honden zijn, net als mensen, onderworpen aan een psychologische test. Daarbij werden de volgende zaken gemeten:
  • interne consistentie; hiermee wordt bedoeld dat er een stabiel element in gedrag is dat altijd aanwezig is.
  • consensus; hiermee wordt bedoeld dat in de hond sprake is van een bepaald evenwicht in het gedrag tussen voelen, denken en doen
  • correspondence; hiermee wordt bedoeld dat de hond ook reageert op een manier die bij hem/haar past en dat dit zichtbaar is in het gedrag.
De onderzoekers hebben gewone mensen in het park gevraagd mee te doen aan de test. Dus het waren niet alleen rashonden. Uit het onderzoek blijkt nu dat honden inderdaad, net als mensen en chimpansees over een 'persoonlijkheid' beschikken. Het onderzoek geeft ook leuke overeenkomsten te zien tussen de persoonlijkheden van de honden en hun eigenaren. Maar dat moet u zelf maar lezen.

Belangrijk is, vanuit een evolutionair perspectief, dat er sprake is van wat biologen noemen continuiteit. Wanneer je alle levende wezens met elkaar in relatie brengt via de evolutietheorie, dan kun je zien dat eigenschappen, op verschillende manieren weliswaar, in de biologie altijd 'hergebruikt' worden. Het feit dat honden een persoonlijkheid hebben betekent voor biologen dat de evolutie dus niets weggooit, maar voortbouwt op wat er al is.
Bovendien zeggen de onderzoekers dat we door o.a. deze resultaten anders naar dieren moeten gaan kijken. Persoonlijkheid hebben is een belangrijk kenmerk van zoogdieren.
Zelf verder lezen: http://www.psych.umn.edu/courses/spring05/mcguem/psy8935/readings/gosling2003.pdf

Het immuunsysteem als 'lerend' systeem

Tijdens een promotieonderzoek, gedaan door een dierenarts in Berlijn, is onderzocht of er inderdaad rassen zijn waar IHA (hemolytische anemie; wij noemen het IMHA) meer voorkomt dan in andere rassen. En of IHA mendeliaans vererft. En of er sprake is van mutaties van genen in verschillende rassen. Onderzocht zijn de Engelse Cockers en de Ierse Setters.
Mensen die goed Duits kunnen e.e.a. hier zelf verder lezen.
http://www.diss.fu-berlin.de/diss/servlets/MCRFileNodeServlet/FUDISS_derivate_000000008110/Liang.pdf;jsessionid=11622005465714550313121BE5344A9B?hosts=

Voor alle anderen een kleine samenvatting.
Autoimmuniteit is een complex systeem waarbij er van uit gegaan wordt dat genen voor 20-40% een rol spelen, en omgevingsfactoren van grote invloed zijn. Dit is ook logisch, want door te leven en dingen mee te maken bewijst het immuunsysteem als het ware zijn kracht. En hetgeen individuele dieren meemaken is natuurlijk niet te voorspellen. Uit onderzoeken in de biosemiotiek (zie de website van de voorzitter http://www.biosemiotiek.nl/) blijkt dat immuunsystemen 'lerende' systemen zijn. Dat weten we in feite allemaal al, want anders zou het geen zin hebben om mensen en dieren tegen ziekten in te enten. Het immuunsysteem heeft een geheugen en een mechanisme om nieuwe invloeden te herkennen en te verwerken. In de biosemiotische opvatting kun je een immuunsysteem vergelijken met het geheugen in de hersenen. Die zijn ook flexibel en kunnen ervaringen verwerken.

De dierenarts in Berlijn heeft gezocht naar verschillende genen en naar varianten op bepaalde genen om te kijken of er sprake is van Mendeliaanse vererving van IHA. In de groep van de Ierse Setters is een significante aanwijzing gevonden dat bij dat ras inderdaad sprake is van een autosomaal recessieve vererving; Mendeliaans dus.
In de Engelse Cocker groep zijn sexe specifieke verschillen aangetroffen, maar daar is blijkbaar niet aantoonbaar sprake van Mendeliaans vererving. Eerder moet gedacht worden aan omgevingsfactoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van IHA in Engelse Cockers.
Hiermee is niet gezegd dat er geen genetische elementen zijn in de ontwikkeling van IHA bij Engelse Cockers. Als omgevingsfactoren de belangrijkste invloed zijn en Engelse Cockers daardoor IHA ontwikkelen, dan kan het ook zijn dat Engelse Cockers niet zo'n goed 'lerend' immuunsysteem hebben. Dit kun je vergelijken met de (genetische) aanleg van IQ en EQ. Die zijn ook van invloed op de werking van hersenen en het leren. De enige conclusie die we uit dit onderzoek ten aanzien van onze Cockers kunnen trekken is; dat er bij de Engelse Cocker geen sprake is van Mendeliaanse vereving van IHA. Dat laat onverlet dat er nog altijd genetische elementen, nodig bij de opbouw van het complexe immuunsysteem, een rol kunnen spelen. Maar die zijn vooralsnog niet aangetoond.
Niemand heeft beloofd dat het simpel zou zijn :-).

zaterdag 15 oktober 2011

We vote for less coat

Was afgelopen jaar in Malvern en heb op DE cockerspaniel show van Engeland, weer heel wat lekker bijgekletst. Wat me de laatste jaren opvalt is dat de vachten van de cockers steeds onhandelbaarder worden: pluis in plaats van zijdezacht en veel. Ook collega fokkers hebben daar last van: het showklaar maken van een cocker is zo'n beetje een dagtaak  geworden (en laat ons minder tijd om lekker over onze hobby te ouwebetten). Dus vandaar de actie: "we vote for less coat".

Mendel voorbij

We kennen de monnik Mendel allemaal van zijn erwten met roze en witte bloemen. Hij heeft de wetenschap vooruit geholpen. Maar zijn ideeen zijn inmiddels verder ontwikkeld. En het blijkt dat niet alle eigenschappen via de Mendeliaanse vererving overgaan. Niet alle erfelijke aandoeningen zijn te verdelen in drager, lijder en vrij. Vaker niet zelfs. Aan de ene kant komt dit omdat een mens bijvoorbeeld 'maar' ongeveer 25.000 genen heeft en dat is niet genoeg om alle eigenschappen te verklaren. Maar steeds meer wordt duidelijk dat genen werken in een netwerk. Zijn werken samen en zijn van elkaar afhankelijk.
Aan de hand van wat we in statistiek een normaalverdeling (Bellcurve) noemen gaan we dit uitleggen.
Mensen, honden, muizen, alles kun je van iedereen meten en dan zal blijken dat er altijd sprake is van een zogenaamde Bellcurve. Hierboven is er een weergegeven m.b.t. empathisch gedrag bij mannen. Links zitten de mannen die helemaal niet empatisch zijn en dat zijn er heel weinig. Rechts de zeer empathische mannen en dat zijn er ook weinig. De meeste mannen zitten in het midden.
Zulke Bellcurves kun je ook maken van de lengte van de vrouwen in Nederland, of voor het IQ van alle mensen, of voor de dikte van de nierschors bij Engelse Cockers.
De meeste individuen zullen ergens in het midden zitten, maar aan beide uiteinden zitten de uitschieters. In het geval van zeer weinig nierschors bij Engelse Cockers zullen dat er weinig zijn, maar die gaan ook dood. Aan de rechterkant zitten de Engelse Cockers met een hele dikke (ook abnormale) nierschors.

De meeste aandoeningen en ziekten, erfelijk of niet, zullen bij het meten daarvan weer te geven zijn in een Bellcurve. Erfelijke aandoeningen komen meestal niet voor als digitaal systeem; je hebt het wel of je hebt het niet. Maar ze komen vaker voor in gradaties van meer of minder, met een gemiddelde in het midden.

Het feit dat aandoeningen in gradaties voorkomen, en dat een of beide extremen van de Bellcurve dodelijk kan zijn, komt omdat de betrokken genen samenwerken. Genen staan aan of uit en zetten elkaar ook aan of uit. Als er 'zand' in deze machine komt, dan loopt het ergens, vroeger of later, spaak. Vandaar dat het zo moeilijk is om honden zonder aandoeningen te fokken. We weten nog te weinig van heel veel, en we denken nog steeds in de wetten van Mendel.

Een duidelijk voorbeeld is het slecht zien. Ook dit kan weergegeven worden in een normaalverdeling. Sommige mensen hebben een brilletje min tien, maar dat zijn er weinig. En sommigen hebben hun hele leven geen bril nodig, maar dat zijn er ook maar weinig. De meeste mensen ontwikkelen in de loop van hun leven een afwijking aan de ogen, waardoor ze een brilletje moeten gaan dragen. Dit noemen we individuele variatie. Als de individuele variatie te ver aan de rechter- of linkerkant van de Bellcurve komt, noemen we het een ziekte of aandoening en soms is die aandoening inderdaad dodelijk. Maar slechts in zeldzame gevallen is daar maar één gen bij betrokken. Wat we nu kunnen testen zijn de uitzonderingen op de regel. Namelijk PRA en FN, die inderdaad Mendeliaans vererven. En dat is al een stap in de goede richting. Maar dit zijn twee duidelijke uitzonderingen op de algemene biologisch regel. Lees ook het stukje over de mutatie van het PAX2 gen bij coloboma.

vrijdag 14 oktober 2011

Nieuws over Coloboma bij mensen en muizen

In de genetische literatuur heeft de google commissie een artikel gevonden over coloboma in relatie tot een aandoening van de nieren. Het betreft een studie van mensen, die familie van elkaar zijn. Bovendien heeft het onderzoeksteam muizen gekruist om te zien of het renal-coloboma syndrome erfelijk was.
Volgens een korte samenvatting van dit artikel, dat u zelf in het Engels kunt lezen via onderstaande link, heeft coloboma te maken met een mutatie van het PAX2 (pared box) gen.
Dit PAX2 gen is in de embryonale ontwikkeling (bij mensen en muizen, maar bij honden zal het niet veel anders zijn) mede verantwoordelijk voor de aanleg van ogen en oren, maar ook voor de aanleg van het urinesysteem en de geslachtsorganen. Verder heeft het invloed op de ontwikkeling van de nieren en het ruggenmerg en het achter en middenbrein.
Vandaar ook dat de onderzoekers bij mensen met de PAX2 mutatie abnormaliteiten hebben geconstateerd die zeer divers zijn en varieren in mate en ernst. Genoemd worden:
  • verlies aan gehoor
  • abnormaliteiten aan de nieren en de ogen
  • onderontwikkeling van de hersenen en mentale achterstand.
De googlecommissie heeft altijd gedacht dat het aantoonbaar constateren van coloboma in het oog symbool stond voor een niet zichtbare inwendige aandoening. Ogen zijn namelijk onderdeel van de hersenen. En genen werken nu eenmaal niet een-op-een met een eigenschap. Dit artikel, nogmaals bij mensen, biedt de googlecommissie vertrouwen om verder te zoeken. Maar voor ons ras betekent dit renal-coloboma syndroom, dat we erg voorzichtig moeten zijn met fokken met aangedane dieren. Misschien moeten we ons fokreglement wel gaan aanpassen. Vooral omdat we al een nieraandoening, knikstaarten en hermafroditisme in het ras hebben. Het is niet gezegd dat bij ons sprake is van het renal-coloboma syndroom, want er zijn nog geen artikellen beschikbaar voor honden. Maar dat het PAX2 gen in gemuteerde vorm tot zulke erfelijke syndromen kan leiden, wil wel zeggen dat we moeten oppassen met onze Cockers.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1712484/pdf/ajhg00004-0124.pdf

Lang zullen ze leven!

Hoe lang leven onze Cockers? Volgens de Engelse Kennelclub in ieder geval langer dan 11. Wat opvalt bij dat onderzoek is dat bijna 30% van de cockers overlijden aan een vorm van kanker, en ongeveer 17% aan ouderdom. Dat is dus veel meer dan de overlijdensgevallen van FN (“maar” 5%). Nu weet ik wel ook wel dat deze informatie gekleurd is, maar de trend is duidelijk: kanker is doodsoorzaak nummer 1 bij cockers!

Kankeronderzoek bij cockers is dus ook van groot belang. Nu zijn er aanwijzingen dat er een verband is tussen anaalklier kanker (eentje die vaak voorkomt bij de cockers) en die MHC-genen.

Die MHC-genen moeten in zoveel mogelijk variatie in het DNA voorkomen. Elke variant hiervan kan een paar soorten aanvallers (bacterie/virus) in het lichaam herkennen en antistoffen maken om die aanval af te slaan. Wat nu precies het mechanisme is hoe daaruit kanker ontstaat is nog niet bekend, maar dat het verband houdt is wel duidelijk.

Natuurlijk zijn deze genen niet de enige faktor die meespeelt, ook de omgeving (ziekmakers waarmee je in contact komt) spelen een belangrijke rol. Als voorbeeld baarmoederhalskanker: Als je niet besmet bent met HPV-virus krijg je geen baarmoederhalskanker. Maar als je in de MHC's de juiste versie hebt om het virus aan te vallen zul je nooit baarmoederhalskanker krijgen ook al ben je besmet. Bij een heleboel kankersoorten zijn die verwekkers (omgevingsfactoren) jammergenoeg nog niet bekend. Maar aan de hand van de gen-variaties in het MHC moet binnenkort een inschatting te maken zijn over de kans dat je hond kanker krijgt.

Bekend is dat die variatie in MHC's bij ingeteelde honden veel lager is dat bij een niet-ingeteelde hond. De manier om die variatie hoog te houden is dus het beperken van inteelt en inbrengen van vreemd bloed.

Die MHC-genen zullen we dus nog wel vaker tegenkomen in dit blog. Inteeltbebeperking is een van DE grote issues in de kynologie!

Wil je meer weten over dat MHC kijk dan op http://www.thetech.org/genetics/ask.php?id=131

naar rechts of naar links

Japanse wetenschappers hebben iets leuks ontdekt over het kwispelen van honden.
We weten natuurlijk allemaal dat honden vele soorten kwispels hebben. De staart hoog en strak en dan het puntje kwispelen. Of de staart juist laag, met een krul en dan met trage brede uithalen. En ongeveer alles wat daar tussen zit.
Wat de Japanners nu ontdekt hebben is dat honden ook kwispel signalen afgeven door naar links of naar rechts te kwispelen. Het is niet zo gemakkelijk te zien, maar wie goed kijkt kan het verschil constateren. Probeer het zelf maar eens te bekijken.
Wat zij nu uitgevonden hebben is dat naar rechts kwispelen betekent ik ken jou........ en ik vind jou ...... In feite zijn het twee signalen. Dus een combinatie van 'bekend of onbekend' met de betekenis van de kwispel. Dus naar rechts en laag betekent: 'ik ken jou en vindt jou leuk'.
Naar links kwispelen betekent: 'ik ken jou niet'. Maar daarbij hoog kwispelen betekent dus ook 'ik vindt jou niet leuk of erg eng'.
Iedereen moet thuis maar een eigen wetenschappelijk experimentje opzetten, en goed kijken.